1.Wie ben jij ?
-
2.Ken ik jou/en jij mij .
-
3.Wat ben je van mij ?
-
4.Vanwaar ken ik jou ?
-
5.Heb je mij een kus gegeven/ik jou ?
-
6.Verzin een bijnaaam voor mij en vertel
waarom je dat hebt gekozen .
-
7.Vertel in 1 woord wat je van mij vind .
-
8.Hoe ben ik voor jou ?